UAC Nederland

geeft kinderen een toekomst

UAC-Nederland Header afbeelding
 
< Terug naar overzicht

Laura en Johanna

Johanna Callies: 

Toen ik in oktober 2012 uit het vliegtuig in Douala stapte merkte ik al meteen het eerste grote verschil: de lucht. Niet meer de frisse wind die in Nederland altijd waait maar een benauwde natte lucht. Ik werd opgehaald door Divine, de vrijwilligersmentor, en toen we richting Buea reden kreeg ik de eerste indrukken uit Kameroen. Eten dat op straat verkocht werd, heel veel eten, de verkeerschaos en hoe de chauffeur gewoon overal doorheen reed, moest hij over een stoep om uit te wijken, geen probleem! Later werden die indrukken alleen maar meer tot dat het me op een gegeven moment niet eens meer opviel dat het allemaal anders was dan in Nederland. Met de taxi reed ik overal heen, met zijn vieren op de achterbank, geen probleem. Als ik te laat was en de schoolbus had gemist sprong ik gewoon achter op een motortaxi met nog een extra persoon erbij en op naar school! Was ik wel op tijd zat ik gezellig achter in de schoolbus met zo’n 50 kinderen die opelkaar en op mij zaten gepropt, het werd allemaal een gewoonte.

De eerste keer dat ik op school aankwam merkte ik meteen hoe blank ik eigenlijk was, ik had op straat al een paar keer gehoord ‘whiteman whiteman’ maar de kinderen op school zijn veel erger. Met zn tienen kwamen ze op me afrennen en roepen en roepen, gelukkig leerden ze na een tijdje mijn naam en was ik niet meer whiteman maar ‘auntie Johanna’.

Op school deden wij als vrijwilligers de gymlessen voor de onderbouw, ook een hele shock de eerste keer want hoe ga je 30 gillende kinderen naar je laten luisteren als ze alleen maar er mee bezig zijn dat ze een keer niet bij hun strenge juf in de klas zitten. Naast de gymlessen gaven wij ook allemaal bijles aan kinderen uit verschillende klassen. Omdat er toen nog niemand de eerste en tweede klassen deed namen Laura en ik die taak op ons. Best lastig om helemaal vanaf het begin bij iemand te beginnen (lees: het alfabet en leren tellen). Maar des te leuker als je na een tijdje echt resultaat gaat zien. Als je opeens niet 2 of 3 kinderen hebt maar een stuk of 10 omdat de leraren ook gaan inzien dat het zin heeft om hun kinderen soms een half uurtje naar jou te sturen!

Na schooltijd was er nog het school on wheels programma. Met één van de schoolbussen worden leraren en vrijwilligers naar een iets verder afgelegen dorpje gebracht waar ze kinderen van verschillende scholen ‘bijles’ gaven. Elke dag in de week gaan ze naar een ander dorpje. Soms wat moeilijk om te organiseren maar ook die moeite was je snel vergeten als het wel een paar weken goed liep en je ook daar je kinderen zag vorderen.

Verder was er buiten het werk op school natuurlijk ook nog heel veel anders te doen. Zo zijn we vaak in Limbe geweest, een stadje wat op een half uur rijden van Buea ligt waar je heerlijk naar het strand kan gaan. En zijn we ook nog verder in Kameroen wezen reizen, als je weet waar je wel en niet naar toe moet gaan kan je je eigenlijk altijd veilig voelen in Kameroen!

Toen ik na 9 maanden weer terug moest naar Nederland was het afscheid super moeilijk, ik heb op een paar moeilijkheden na alleen maar genoten in Kameroen. Gelukkig is facebook ook steeds populairder aan het worden in Kameroen en kan ik mensen dus nog vaak genoeg spreken! Ik wens iedereen zo een ervaring toe!

Laura Meijer: 

Net als Johanna landde ik in oktober 2012 in Douala, vol met spanning over waar ik terecht zou komen. Vanaf het eerste moment dat ik het vliegveld verliet, kwam ik in een stroomversnelling van nieuwe indrukken en belevenissen terecht. Alles wat om mij heen gebeurde was nieuw, niet alleen het straatbeeld, maar vooral alle gebruiken. Ik was terecht gekomen in een geheel nieuwe wereld. 
De andere vrijwilligers die al een beetje gewend waren namen mij vanaf het begin overal mee naartoe. Ik was de eerste twee weken dan ook vaak aan het eind van de dag uitgeput van alle nieuwe ervaringen, maar het was de beste manier om direct te ‘integreren’. Ik leerde super snel mensen kennen, ik vond mijn weg in Buea en ik begon met werken op Jamadianle. 
Ik genoot ontzettend van het werken op de school: al de kinderen met wie je zo langzamerhand een band opbouwt, de soms ontzettend kleine en soms grote vooruitgangen die ‘jouw leerlingen’ boeken, het eeuwige gefrut met je haar door ten minste tien leerlingen tegelijk, en gewoon alle andere plotselinge dingen die telkens weer gebeurden. Omdat Johanna al grotendeels beschreven heeft wat voor werkzaamheden wij deden op de school, zal ik me verder richten op het leven buiten Jamadianle, maar Jamadianle was uiteraard één van de belangrijkste aspecten van mijn leven in Kameroen. Het feit dat ik er in plaats van drie maanden uiteindelijk 6 maanden ben gebleven zegt eigenlijk al genoeg!
Vanwege het feit dat wij het meeste werk hadden in de ochtend en vroege middag, en de kinderen in Kameroen geen tekort hebben aan vakanties, hadden we nog genoeg tijd om ook dingen te ondernemen buiten werken voor UAC. Na schooltijd was er altijd wel wat te doen en tijdens de vakanties was er tijd om andere plekken van Kameroen te bezoeken.
Ik wilde bijvoorbeeld graag frans leren, en daarvoor ging ik drie keer per week naar het Linguistic centre in Buea, om daar Franse lessen te volgen. Naast dat het goed was voor mijn frans, was het ook een plek waar ik nieuwe mensen heb ontmoet en een heleboel heb kunnen leren over de cultuur van Kameroen. Een andere vrijwilligster ging danslessen volgen en belandde uiteindelijk in een danscrew die optredens gaven op feesten en festivals in Buea en zij leerde Buea zo weer vanaf een heel ander oogpunt kennen. Eigenlijk zijn er allerlei mogelijkheden om dingen te doen en te leren, zolang je er zelf een beetje naar opzoek gaat. 
Daarnaast gingen we vaak na school naar de markt, om gewoon even rond te lopen in de chaotische wirwar van kraampjes met allerlei willekeurige spullen, om te lachen om en met alle marktverkopers, of om gewoon gericht boodschappen te doen. En uiteraard was de tijd na school perfect om langs vrienden te gaan, of thuis lekker samen te eten, een filmpje te kijken of een middagdutje te doen. Als er iets niet moeilijk is in Kameroen, dan is het mensen leren kennen en nieuwe vrienden maken, dus vervelen was er niet snel bij met al het vrolijke bezoek wat geregeld langskwam! 
In de weekenden was er ook tijd om naar Limbé te gaan, een stad aan het strand, ongeveer drie kwartier rijden van Buea. Een plek voor heerlijke luierdagen, met een super strand en heerlijk (warm) water. 
En dan hadden we nog de vakanties. Het idee erachter weet ik nog steeds niet, maar schoolvakanties in Kameroen zijn niet vastgelegd. Dat betekent dat de vakantie vrij spontaan begint (‘’Dit is de laatste schooldag, hadden we dat jullie al verteld?”) en ook weer plotseling ophoudt. In ieder geval zijn er genoeg vakanties en ze zijn lang genoeg om ook nog plekken buiten Buea te bezoeken. Ik zou over alle trips kunnen schrijven, maar dan wordt het een erg lang verhaal, maar ik kan in ieder geval zeggen dat alle reizen stuk voor stuk super ervaringen waren. Kameroen is prachtig en alleen het reizen op zich is al een hele belevenis. En vergeet vooral niet Mount Cameroon te beklimmen, het is om de hoek en één van de mooiste en gaafste plekken die ik ooit heb gezien. 
Kameroen is een geweldig land, met ontzettend open en lieve mensen. Niet altijd alles is makkelijk en ik heb aan veel moeten wennen, maar ik had het voor geen goud willen missen. Ik mis al mijn vrienden en het leven daar nog steeds, en hopelijk ga ik binnenkort nog een keertje terug!